
Het is maandag, nu half 6 in de ochtend en de wekker gaat. "III III IIII" klinkt het door mijn anders zo kalme kamer. Met een zombie gezicht geef ik de wekker een dreun maar deze lijkt zich nergens aan te storen en lijkt zich te vermaken met het motiveren van mijn ochtendhumeur. Direct had ik al vastgesteld dat het maandag was en dat ik dus automatisch (zoals altijd op maandagen) gigantisch gefrustreerd ben. "III III IIIII" klinkt het weer. "Hold ie now iens oe koppe, papzak!" Ik erger me dood aan die klote wekker. "III III III" klinkt het 9 minuten later. Ik was zo geniaal om de derde keer dat ik mijn wekker de rambam gaf eens op de snoozeknop te rammen. "III III III" klinkt het weer. "Jaahaa, ik weet verdikkeme wel da'k uut bed mutte. Da hoeft u me nie te vertelle dude, en dan doarbi'j, da goat oe niks an!" en ik zie tot mijn grootste schrik dat het al... 7 uur is. Of toch niet? Nee, gelukkig niet, het is nu 5:41 uur. EN ik ben pissig. Nukkig en morrend stap ik m'n vertrouwde nest uit en stoot spontaan m'n teen aan de tafelpoot. Nu is mijn dag al bijna compleet, denk ik dan. Dat viel me toch echter vies tegen toen ik mijn hoofd stootte aan m'n lamp. "ARRRGHHHH!!!" klinkt het. Dat was ik. Lichtvloekend maak ik me boos om de nog steeds "IIII'ende" wekker. Hehe, eindelijk die gehate stekker gevonden van m'n wekker. Ik trek 'm d'r maar uit. Gaat m'n wekker niet uit! Was ik weer eens o-zo-snugger om er batterijen in te stoppen. Potverdikkeme, heb ik weer hoor. Morrend probeer ik het alarm af te zetten, dit maal slaagt mijn poging.. Ik stap weer morrend in bed en kijk terwijl ik de wekker doodwens op mijn LG Chocolate. Het is 6 uur. Ik rol nog eens om en ik val weer in slaap.
Totdat ik om half acht wakker schrik doordat mijn moeder mij roept. Met zo'n heksachtige klagende stem alsof ik verdikkeme nooit wat doe en dat ze het o zo zwaar heeft. Maar weet je hoe donders zwaar ik het op school wel niet heb? Bij wiskunde bijvoorbeeld?? En dan zegt zij dat school meevalt! Grr, dat zegt ze nou altijd. GRRR! Ik greep als een razende m'n broek en trek 'm aan. Waar is de rits gebleven hmm? I CAN'T FIND IT! AAHHH! Ontdek ik dat ik mijn broek verkeerd om heb aan gedaan. Lekker is dat, ik ben al niet zo slank en het is een skinny. Prrtt, heb ik weer. Al zuchtend en steunend trek ik vol irritatie mijn broek weer uit en trek 'm goed aan. Vervolgens grisde ik naar mijn shirt en trok die over m'n hoofd aan. Ik deed vandaag maar niet m'n yellowcabs aan (zelfde als all stars xD) omdat ik dan verdikkeme die kloteveters ook nog strikken mag. Ik deed maar andere schoenen aan, greep mijn schooltas met boeken en stormde van de trap af. Onderweg donder ik bijna omver door m'n eigen spullen. Knarsetandend van agressie en roodwordende gaf ik m'n tas een gigantische oplawaai. "SNERT DING! WA DOE'J HIER DAN OK!!! ARRGHHH!!!" Normaal had ik allang beneden moeten zijn, ik moest om kwart voor acht al op de fiets zitten! HELLEEEP! Ik haat te laat komen!
Ik greep een boterham, smeerde er vlot boter en stroop op en at als een gek. Ik moest immers zo weg.. Mijn moeder was zelf al aangekleed maar nog niet echt wakker volgens mij. Ik vond het eten net een kruisverhoor waar ik onder dwang iets moest eten en dan ook nog eens antwoord moest geven op al mijn moeders vragen. Ik kauwde, hapte en slikte maar en het leek alsof m'n boterham met stroop never opraakte. En mijn moeder begon zich natuurlijk ook al te ergeren aan het feit dat ik zulke stomme antwoorden gaf als: "nu even niet want ik ben aan het eten," of dat ik zei: "ken je even stil weze?". Eindelijk mocht ik weg, ik pakte mijn zelf gesmeerde brood met gehakt en propte dat in mijn tas. Vervolgens liep ik naar buiten om de garage te openen. Daar stond immers mijn fiets. Ontdek ik tot mijn grootste ergernis dat de garage op slot zit en de deur inmiddels is dichtgevallen. In mijn gedachten schreeuwde ik het uit en tierde ik luid. Gelukkig bleef het buiten mijn mind om alleen bij wat morren. Ik drukte agressief op de bel en ik zag hoe mijn broertje met glazige ogen de deur open deed. Ik beet hem toe: "Waarom duurde dat zo lang?" en mijn broertje keek me nog dommiger aan. Ik duwde hem opzij en beende met grote passen de kamer in, greep de garagesleutels en maakte toen ik weer buiten was de garage open. De sleutels propte ik door de brievenbus naar binnen, ik slingerde m'n tas op m'n fiets en reed in sneltreinvaart richting de supermarkt waar de fietsgroep zich verzamelde. Alhoewel ik van plan was met de fietsgroep mee te fietsen naar school en niet alleen te fietsen deed ik het toch niet als wat ik van plan was. Ik reed om om de groep niet tegen te komen, zo boos was ik. In mijn gedachten zei ik de meest lelijke en boze dingen. En vol gedachten reed ik over het zomerse dijkje waar in de wijde koeien stonden te... SCHEITEN. GRRR GRR. GETVERRR WAT STINKT DAT!! Asteblieft zeg, ga ik ook 'ns een keer door de boerenpolder. Er was zopas gemest dus het stonk er echt vreselijk. En of het niet erg genoeg was kwamen daar ook weer de connexion taxibusjes aanracen. Ja, zeg maar racen omdat ze altijd veelste hard rijden. Ze zijn serieus een gevaar op de dijk. Ze reden door 'n plas heen waardoor ik helemaal vies werd. Ik zag hoe de kinderen die in dat busje zaten me uitlachten en de tong naar me uitstaken. Ik balde mijn vuist en reed nog driftiger naar school.
In mijn razernij racete ik de bult op en was ik boven. Ik was net goed en wel weer aan de rechterkant toen een stuk of vijf van die stinkende herriescooters voorbij rausten. "Iieeeewwwnn! Nuuuhuuhnnnn!" Extra vagant en macho als dat die stinkdingen altijd waren gaven die rotjongens van een jaar of zestien nog extra gas waardoor ik half moest overgeven. Ik heb echt een hekel aan jongens die zo doen en omdat ik zo kwaad was verklaarde ik al vloekend het mannelijk geslacht buitenaards, tot iets engs, namelijk als aliens. Terwijl ik de oorlog verklaarde aan ieder met het mannelijk geslacht die in bezit was van zo'n stinkscooter botste ik bijna op tegen een oma. Oke, nu verklaar ik ook de oorlog aan iedere oma! GRRR! De oma stond stil en keek als een zombie achtig wezen naar het rode stoplicht. Ik eveneens, en ik kon eigenlijk niet wachten totdat dat ellendige ding eens op groen stond. Wat haat ik het toch om op maandag naar school te fietsen. Vol drift en woede stak ik het kruispunt over terwijl ik de gaslucht van al die veelste grootste vrachtwagens inademde. Getverdemme. Rotmaandag.
Eindelijk was dat afzichtelijke gebouw van een college in zicht. Ik hijgde en zag dat ik nog net op tijd was. Over rest van de schooldag valt niet te spreken. Dat ging gewoon even saai als anders. Ik had piskunde, geschiedenis, Nederlands en scheitkunde. Piskunde was even gecompliceerd en onbegrijpelijk als anders, meneer O. praatte er niet rustiger op en leek bijna een heartattack te krijgen toen hij vol vuur en vlam vertelde over de stelling van Thales. Dit wordt misschien wel heel erg maar even hoopte ik in mijn boosheid dat het echt een heartattack was.. Dat hij doodging en dat ik niet meer naar dat stomme suckende piskunde huppelprutverhaal moest luisteren over ene stelling van Thales dat ging over cirkels en hoeken van negentig graden. Arghh. Maar toen sprak mijn geweten mij ernstig toe en besloot ik maar gewoon weer op te gaan letten. In mij spraken strenge woorden op een schaaptoon (meneer V. is de rector en die noemen wij schaap, hij praat altijd heel streng) dat ik nu toch echt te ver was gegaan. Bijna biddend en smekend keek ik wantrouwend naar de klok die angstvallig traag de secondes wegtikte. Wanneer was het nou eens tijd? Ik wist ineens de tijden niet meer? Was ik verdoemd? Waarom ging de bel niet? Waaarooom? En terwijl meneer O. weer in vuur en vlam vertelde bedacht ik hoe het zou zijn dat hij omdat hij in vuur en vlam vertelde wanneer hij in vuur en vlam zou verbranden en ik verlost was uit het piskunde stinksaaie lokaal! Ja, hij zou branden in de hel! Oei, weer hoorde ik schaapachtige stemmen in mijn hoofd! NEE! Ga weg jij enge schaapmans! GA WEG! IK WIL GEEN GEWETEN HEBBEN! IK BEN BOOS JA!
Eindelijk was die piskunde les om en nors liep ik het lokaal uit. Meneer O. kwam me nog achterna en gaf me m'n laatste wiskunde repetitie terug. Een 4. Kan het nog erger.. Met grote passen beende ik weg naar m'n kluisje, greep mijn geschiedenis spullen en wachtte driftig tot de volgende les. Terwijl ik egocentrisch boos nadacht over een moordaanslag die ik ooit nog eens zou plegen op alle leraren die mijn tijd verspild hadden liep ik richting geschiedenis. Even wenste ik dat ik een bazooka had waarmee ik het klaslokaal kon opblazen of dat er ineens toch een langverwachte alieninvasie kwam! Een ding wist ik zeker: dit was walgelijk! Ik verheugde me op die groene wezens die over de leraren heen walsten en mij kroonden tot hun duistere koningin. Dan verhuisde ik naar een zwarte planeet waar ik dag in dag uit kon mopperen en waar ik al die leraren kon zien lijden onder de last van m'n onderdanige space aliens. Ja, dat was nog eens kostelijk vermaak. Ze zouden dan met hun spacewapens de hele school platbranden en ik had mijn levenswens in vervulling zien gaan! Ik zou aliens meeten, terwijl ze voor mij omdat ik zo lief ben de school opblaasden. Mensen mensen, dat zou nog eens leven zijn! En dan kreeg ik misschien wel een eigen U.F.O. met een jacuzee enzo.
Terwijl ik droomde over mijn jacuzee in mijn prive-schip (lees: U.F.O.) tikten de seconden er niet sneller op weg. Vol drift keek ik naar het appeltaartachtige hoofd van mijn geschiedenisleraar die nooit zonder boek iets kon vertellen. Pah, ik haat appeltaart en ik haat leraren die denken iemand te zijn. In mij heerste agressie, enorm veel agressie. Ik verstopte mijn boze en gefrustreerde gezicht achter mijn boeken zodat ik geen beurt kreeg. Deze kreeg ik ook niet omdat de leraar weer met zijn neus in het boek zat en zo op zijn manier ons iets nieuws leerde. Maar hallo, dat kan ik ook zelf wel lezen. Even wenste ik dat die aliens NU kwamen. Ik keek abrupt naar buiten en ik hoopte dat ik iets van een vliegende schotel zag. Maar nee, een stralende blauwe lucht, vogels die zongen en ik die pisnijdig maandaghatend een vernietigende blik naar buiten wierp waren voor mij de orders van de maandag. Orders van een vreselijke dag die voor mij nooit een einde zouden hebben. De meest vreselijke dag van de week die mij keer op keer boosmaakte. Maar waarom was ik boos? Nou gewoon, omdat het maandag is! GRR! Pah! Rotmaandag.
Tot hier de maandag van Alice. Geen vriendelijke groeten.